Design thinking is een manier van werken waarbij je vertrekt vanuit de mens. Je klant, je medewerker, je eindgebruiker. Je achterhaalt wat ze écht nodig hebben en je toetst je ideeën in kleine stappen, voordat je grote budgetten vrijmaakt voor een oplossing waarvan je nog moet zien of die werkt.
Veel ondernemers kennen design thinking uit de hoek van digitale producten. Apps, software, websites. Maar het werkt net zo goed als je een proces opnieuw inricht, een dienst herontwerpt of een strategie wilt aanscherpen. Overal waar mensen in beeld zijn, is design thinking bruikbaar.
Complexe vraagstukken vragen niet om snelle antwoorden. Ze vragen om goede vragen. Design thinking is een methode die je helpt om die vragen te stellen. Gestructureerd, iteratief en mét je doelgroep.
De design thinking methode in vijf fases
Design thinking bestaat uit vijf fases die je meestal meerdere keren doorloopt. Reken dus niet op een rechte lijn van A naar B. Je gaat soms een stap terug omdat je onderweg slimmer bent geworden, en dat is precies de bedoeling!
1. Empathize (inleven)
Duik in de wereld van je gebruiker. Wie is het, wat houdt hem bezig, hoe ziet zijn werkdag eruit? Je voert gesprekken, je observeert, je loopt een dag mee. Wat je hier ophaalt is de basis voor alles wat daarna komt.
2. Define (afbakenen)
Uit alles wat je hebt opgehaald, haal je het echte probleem boven water. Dus niet "de app moet sneller", maar "onze gebruiker wil binnen 5 minuten antwoord en krijgt dat nu pas na een dag". Hoe scherper je het probleem te pakken hebt, hoe bruikbaarder de oplossing wordt.
3. Ideate (ideeën genereren)
Je verkent zoveel mogelijk richtingen, ook de richtingen waarvan je in eerste instantie denkt dat ze niet gaan werken. Welke ideeën je daarna meeneemt naar een prototype.
4. Prototype
Bouw een eenvoudige versie van je idee. Een schets op papier, een klikbaar prototype, een nepwebsite waarmee je een aanname toetst. Het hoeft er niet mooi uit te zien. Het moet alleen iets opleveren waar je een gebruiker tegenaan kunt zetten.
5. Test
Leg je prototype voor aan de mensen voor wie je het bouwt. Wat werkt? Wat niet? Waarom niet? Op basis van die antwoorden ga je terug.
Wanneer zet je design thinking in?
Een gestructureerde aanpak om complexe vraagstukken op te lossen door in te leven in de gebruiker, het probleem scherp te definiëren, ideeën te genereren, prototypes te bouwen en te testen.
Een iteratief proces met vijf fases: empathize (inleven), define (afbakenen), ideate (ideeën genereren), prototype en test. Je doorloopt deze fases meerdere keren, waarbij je telkens tot een nóg beter ontwerp komt.
Het is geen rechte lijn maar een iteratief proces. Je beweegt heen en weer tussen de fases, test continu je aannames bij echte gebruikers en stuurt bij op basis van wat je leert.
Bij complexe vraagstukken, grote investeringsbeslissingen, nieuwe producten of diensten of bij het herzien van bestaande processen.